Je laten dragen – over overgave, vertrouwen en de moed om te ontvangen

De overtuiging dat ik het alleen moet doen

Laatst was ik aan het wandelen en ik merkte: er is een plek in mij die gelooft dat ik het uiteindelijk – als het erop aankomt, in de basis – alleen moet doen. Dat het op mij neerkomt. Dat ik sterk moet zijn. Dat ik het zelf moet kunnen dragen. En ik voelde hoe vermoeiend die overtuiging is. Hoe het me beperkt in mijn verbinding met anderen. Alsof er een subtiele rem op mijn leven zit. Een beschermend muurtje waar je net niet doorheen komt. 

Tegelijkertijd besefte ik me ook: die overtuiging heeft me ver gebracht. Ze maakte me al vroeg zelfstandig, verantwoordelijk, krachtig. Ik leerde op mezelf te vertrouwen en mijn eigen weg te vinden. Maar tegelijkertijd verloor ik langzamerhand mijn vermogen om te leunen. Om te rusten in een ander. Om me te laten dragen. Ik merkte dat ik kon verbinden – maar tot een bepaalde hoogte. Daarna kwam de bescherming. De terugtrekkende beweging. En juist daardoor beperkte ik mezelf in de relaties met de mensen die ik liefheb. 

Dat wilde ik niet meer. Ik wilde voelen. Echt verbinden en ervaren. Kwetsbaar durven te zijn, terwijl ik tegelijkertijd bij mezelf kon blijven. Want ik wist: zonder échte kwetsbaarheid is er geen toegang tot de meest betekenisvolle ervaringen van het leven, zoals liefdevolle relaties. 

De illusie van zelfstandigheid

De diepere laag onder de overtuiging “ik kan het zelf” is vaak een vorm van zelfbescherming. Als ik het alleen doe, kan ik niet teleurgesteld worden. Als ik niets nodig heb, kan niemand me laten vallen. Het lijkt sterk, maar het is eigenlijk een manier om jezelf te beschermen tegen pijn. Liefdevolle relaties vragen iets anders. Geen volledige onafhankelijk van jou als individu, maar aanwezigheid. Aanwezig zijn in het moment, in de relatie, in jezelf. Het vraagt dat je durft te voelen wat je nodig hebt. 

Intimiteit begint bij uitspreken wat je nodig hebt

En misschien is dat wel de grootste vorm van intimiteit: dat je werkelijk kunt voelen én uitspreken wat er in je leeft. Dat je aan de ander kunt vragen: “wat heb je nu van mij nodig” en “dit heb ik nu van jou nodig”. Daar ontstaat een andere vorm van verbinding. Een plek waarin je je kunt overgeven aan de relatie. Waarin je durft te leunen en je laat dragen. En tegelijkertijd roept dat spannende vragen op. Als ik me overgeef aan de ander, kan ik mezelf dan nog wel dragen? Word ik dan afhankelijk? En vooral – wat als ik gekwetst word? Want is dat immers niet hetgeen waar je jezelf echt voor beschermt?

Overgave betekent niet dat je jezelf verliest

Toch betekent overgave niet dat je jezelf verliest. Nee. Overgave wordt vaak verward met afhankelijkheid. Maar echte overgave is niet jezelf verliezen. Daarentegen, het betekent dat je in contact blijft met wat jij voelt en nodig hebt. Dat je jezelf volledig meeneemt — mét je grenzen. Zonder grenzen verandert overgave namelijk al snel in aanpassen. In meebewegen, beschikbaar zijn en de harmonie bewaren ten koste van jezelf. Dan geef je niet jezelf, maar vooral wat je denkt dat gewenst is. Je handelt niet meer vanuit je gevoel of je behoeften, maar vanuit de angst om de verbinding te verliezen. 

Grenzen zijn voor iedereen verschillend. Het is jouw ‘innerlijke’ ja – een gevoel van dit is fijn, veilig, kloppend – of nee – spanning in je buik, hogere ademhaling, dichtklappen. 

Grenzen aangeven vanuit zachtheid creëert veiligheid. En veiligheid maakt ontspanning mogelijk. Vanuit deze ontspanning kan het lichaam openen, en pas vanuit die openheid kan echte overgave ontstaan. Zonder veiligheid ‘sluit’ het lichaam zich (onbewust) af. Met veiligheid ontstaat ruimte voor kwetsbaarheid. 

Een grens uitspreken is dan ook geen afwijzing van de ander. Het is een manier om bij jezelf te blijven. En juist vanuit die plek kan je je kwetsbaarheid laten zien. Daardoor ontstaat er ruimte om te ontvangen, om te rusten en om te voelen dat je het niet alleen hoeft te dragen.

Naar binnen keren

Voor mij begon dat eigenlijk heel simpel. Wanneer ik merk dat ik dreig weg te bewegen van mezelf, leg ik mijn handen op mijn onderbuik. Ik sluit mijn ogen en adem rustig. Letterlijk naar binnen keren. Voelen wat er speelt. Vertragen. Hoe vaker ik mijn aandacht naar mijn lichaam breng, hoe beter ik bij mezelf kan blijven. Ik merkte dat ik duidelijker voelde wat ik nodig had, en dat ook kon uitspreken. Mijn grens zat daar vanzelf al in verweven, omdat ik sprak vanuit wat ík voelde en nodig had. Vanuit die plek werd het ook veiliger om me over te geven. Om te ontvangen.

Ontvangen is misschien wel moeilijker dan geven. Geven voelt veilig. Geven houdt me in controle. Maar ontvangen vraagt kwetsbaarheid. Het vraagt dat je erkent: ik heb je nodig. Ik wil je nabijheid. Ik wil je kracht. Ik wil me laten dragen. 

Vertrouwen als kracht

En dat raakt precies aan die overtuiging. De plek waar ik diep vanbinnen geloofde dat het uiteindelijk toch op mij neerkomt. Misschien is mijn zoektocht naar mezelf een zoektocht naar méér vertrouwen. Zacht durven zijn én blijven. Open en kwetsbaar. Vertrouwen. Ook op die momenten waarop dat spannend is – die onbewuste rem zich laat voelen. 

Want juist vanuit daar – in dat vertrouwen, in die zachtheid en kwetsbaarheid – ontstaat er ruimte en kan zoveel moois ontstaan! 

Misschien is dat wel de uitnodiging: zijn – je hoeft niet altijd iets te doen. Je mag rusten in aanwezigheid. Leef vanuit zijn. Geen rol. Geen prestatie. Geen bewijsdrang. Breng de aandacht naar je onderbuik. Voel wat jij nodig hebt, nu op dit moment. Blijf in verbinding met jezelf én de ander. In veiligheid. In overgave. En ervaar vanuit daar de kracht én rust die ontstaat wanneer je jezelf niet langer alleen hoeft te dragen. 


Comments

Één reactie op “Je laten dragen – over overgave, vertrouwen en de moed om te ontvangen”

  1. Mooi Lau en zo waar!

Geef een reactie

Ontdek meer van Inner Bloom Studio

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder